maandag 24 september 2007

Advocaat, hoe onafhankelijk ben jij?

Sinds 1996 kunnen bedrijfsjuristen in Nederland zich als advocaat inschrijven. Sindsdien vraagt men zich af of zo'n advocaat-bedrijfsjurist ook legal privilege heeft.

Afgelopen week heeft het Gerecht van Eerste Aanleg in Luxemburg de knoop doorgehakt. Het Gerecht heeft bepaald dat door de Commissie ondeschepte emailberichten tussen een bedrijfsjurist en een hoge manager mogen worden gebruikt. De betreffende bedrijfsjurist was in dienst van Akzo en verantwoordelijk voor een complianceprogramma in het kader van mededingingsrecht en stond als advocaat ingeschreven.

Bij een onderzoek vanuit de NMa had dit niet gemogen. Iedere advocaat, ook die in dienst is van een bedrijf, heeft legal privilige. De wet laat daar voor de NMa geen twijfel over bestaan. Jan Eijsbouts, tot voor kort hoofd juridische zaken van AKZO Nobel, heeft zich in 2001 om die reden als advocaat laten beëdigen om zo in ieder geval richting Nma verzekerd te zijn van legal privilege.

En nu is dus duidelijk geworden dat een advocaat die ook bedrijfsjurist is, dit legal privilege niet kan inroepen richting Commissie. Alleen een advocaat die onafhankelijk is, wordt legel priviliege gegund. En een advocaat in dienst van het bedrijf is per definitie niet onafhankelijk, aldus het Gerecht in haar uitspraak. Met name punt 168 is interessant. Daarin laat het Gerecht weten: The Court thus laid down the test of legal advice provided ‘in full independence’ , which it identifies as that provided by a lawyer who, structurally, hierarchically and functionally, is a third party in relation to the undertaking receiving that advice. Voor Commissie-onderzoeken blijkt inschrijving als advocaat dus niet te helpen zolang je in dienst blijft van het bedrijf.

Onafhankelijkheid vereist volgens het Gerecht dat er geen structurele, hiërarchische en functionele relatie bestaat tussen advocaat en bedrijf. Maar hoe nu om te gaan met advocaten die interim-werk doen. Of advocaten die gedetacheerd worden bij een bedrijf? Of een advocaat die niet in dienst is maar wel nauw betrokken bij het opzetten en uitvoeren van een compliance programma? Dat lijkt mij een structurele en functionele relatie. Is het structureel -of- hiërachisch -of- functioneel? Of is het en-en-en; dat aan alle drie de voorwaarden moet zijn voldaan om legal privilege als advocaat niet te verliezen? Ik denk of-of-of want anders zou hierarchisch in de zin van een gezagsrelatie ex 7:610 BW al voldoende zijn. Dan zou overbodig zijn om daarnaast structureel en functioneel te vermelden. Ieder die in dienst is (een hierarchische relatie heeft), heeft immers een structurele en functionele realatie met zijn werkgever.

De gedachte achter legal privilege is dat een rechtzoekende vrijelijk met zijn advocaat moet kunnen overleggen ter waarborging van de rechtstaat. Zie hier uitgewerkt. De advocaat is daarbij de schakel tussen de rechter en de private partij of de verdachte; hij waarborgt de toegang tot de rechter en de deskundige ondersteuning van zowel de cliënt als van de rechter bij het vinden van het juiste antwoord op de rechtsvragen. Of zoals het Gerecht bepaalt onder 166: The requirement as to the position and status as an independent lawyer is based on a concept of the lawyer’s role as collaborating in the administration of justice by the courts and as being required to provide, in full independence, and in the overriding interests of the administration of justice, such legal assistance as the client needs. Daarmee lijkt het Gerecht aan te willen geven dat het dienen van de rechtstaat voorop moet staan, wil een advocaat legal privilege kunnen claimen.

Onno Brouwer, advocaat en optredend voor de Nederlandse Orde van Advocaten in de Akzo-zaak, is blij met de helderheid die het arrest van het Gerecht creëert. Ik vind het niet helder. Want advocatenkantoren hebben vaak ook een structuele en functionele relatie met het bedrijf wanneer het gaat om mededinging. Advocatenkantoren hebben een dawn raid response team klaar staan voor een bedrijf, geven trainingen aan het personeel en hebben een dawn raid hotline. Bij de recepties van veel grote bedrijven ligt vaak een door het advocatenkantoor opgestelde procedure. En één van de eerste die wordt gebeld is de advocaat die met naam en telefoonlijn staat vermeld en die vervolgens als een soort projectmanager de regie voert bij een inval. Met het advocatenkantoor bestaat daarmee een structurele en functionele relatie. En het advocatenkantoor laat zich bij haar advisering daarbij -terecht- leiden door het belang van het bedrijf. Een advocatenkantoor laat zich niet overwegend leiden door het belang van de rechtstaat. En daarmee staat ook dit legal privilege onder druk.

donderdag 30 augustus 2007

Het gaat er niet om wat jij schrijft- het gaat er om dat zij je begrijpen


Ik heb je tekst bekeken en heb “uw brief van 7 juli 2007” veranderd in “uw brief d.d. 7 juli 2007”. Dan staat het er meer juridisch. Deze opmerking kreeg ik laatst van de secretaresse aan wie ik had gevraagd mijn tekst in een gevoelig geschil te controleren op taal en typos.

Juristen schrijven anders dan niet-juristen, dat is de gedachte. Vooral ingewikkeld en archaïsch. In de V.S. gebruiken ze daarvoor de term legalese. Nog een voorbeeld van legalese, een brief die ik laatst van de rechtbank kreeg:

Geachte heer, mevrouw,

Conform het bepaalde in de artikelen 8 en 64 van de Advocatenwet dient in de maand september de akte van beëdiging door mij te worden geviseerd.

Ik verzoek u, zo mogelijk gaarne per kantoor, uw akte(s) naar te sturen naar……

Ik heb maar gebeld met de griffie. Wat ze bedoelen? Of ik de proces-verbaal van mijn advocaatbeëdiging naar de rechtbank wilde sturen, dan zetten zij er een stempel op en krijg ik dit stuk weer terug.

Uit onderzoek is gebleken dat meer dan de helft van de bevolking de communicatie van overheid en bedrijven niet begrijpt. Hoe komt dat? Dat komt doordat veel mensen beperkt taalvaardig zijn. En dat komt omdat overheid en bedrijven vaak moeilijke teksten maken. In de V.S. is in reactie daarop de
Plain English Movement ontstaan die overheden en bedrijven ertoe heeft gebracht dat men in begrijpelijke taal ging communiceren. Dit artikel toont daarbij aan dat helder schrijven ook juridisch accuraat kan zijn.

In de Plain English Movement zaten geen juristen. Cynici beweren dat juristen het gebruik van legalese juist actief in stand hielden om zich als een gilde ervan te verzekeren dat een niet-jurist zich genoodzaakt voelde bij iedere belangrijke transactie een jurist in te schakelen. Lees dit boek. Tja. Feit is dat nog niet zo lang geleden men voor een koopcontract woning of een huurcontract kantoorruimte naar een notaris ging. Die praktijk is met het NVM- en ROZ-model nauwelijks meer voor te stellen.

Leuker kunnen we het niet maken......... en makkelijker ook niet

Zijn de juristen inmiddels om in Nederland? Nog niet, denk ik. Nog steeds wordt een rechtenstudent op de universiteit vertrouwd gemaakt met wetteksten en uitspraken van rechters zonder erbij te vertellen dat het niet de bedoeling ook zo te schrijven. Indien je een contract opstelt voor een standaardtransactie en je verwacht dat het stuk er alleen bij wordt gehaald als er over wordt geprocedeerd, dan valt daar nog wel wat voor te zeggen. Dan schrijf je het stuk feitelijk voor de rechter. En dan probeer je het stuk zo geënt op wet en rechtspraak te formuleren dat de rechter geen interpretatieruimte wordt gelaten, dat de rechter niet kan gaan haviltexen. Hoewel: deze rechter dringt er op aan ook dan legalese te vermijden. In zijn prachtige betoog met de titel "HOW TO WRITE FOR JUDGES, NOT LIKE JUDGES" verzucht deze rechter dat we als student worden opgeleid met oude uitspraken van dode rechters; rechters die vaak nog slecht schrijven ook.

Veel geschrijf van een bedrijfsjurist is geen contract voor standaardtransacties en de kans is klein dat zijn geschrijf alleen door een rechter zal worden gelezen. Zo lever je als bedrijfsjurist en ghostwriter teksten aan voor de account manager om hem te helpen een claim op elegante wijze af te wijzen. Of je stelt raamcontracten voor levering van diensten op waarbij een contractmanager is aangewezen die zelf tussentijdse wijzigingen binnen het raamwerk afspreekt en vastlegt. Of je mailt instructies waarmee sales of inkoop worden geholpen om niet in de valkuilen te stappen. Voor die situatie moet je niet-juristen beïnvloeden. En dat lukt niet met legalese.

Als bedrijfsjurist is het je taak bedrijven in staat te stellen effectief, efficiënt en zonder verrassingen achteraf tot transacties en geschilbeslechting te komen. Zo draag je als bedrijfsjurist bij aan de doelstellingen van het bedrijf. Tenzij je businessmodel zo is opgezet
dat je verdient aan de onwetendheid van je klanten, zal legalese nooit bijdragen aan de doelstellingen van het bedrijf.

Gaan Nederlandse juristen om? Op 11 oktober a.s. komt de Nederlandse Grondwet in eenvoudig Nederlands beschikbaar. De nieuwe Grondwet is gemaakt met een college van staatsrechtdeskundigen. En er zijn in oktober workshops waarin wordt ingegaan op het schrijven van juridische teksten in eenvoudig Nederlands. Dus wie weet!

vrijdag 13 juli 2007

Getting to YES

Gerrie, een inkoper waar ik mee samenwerk, vertelde mij laatst hoe hij sales reps ertoe bracht om niet onder algemene verkoopvoorwaarden van de leverancier te verkopen. Gerrie stelde voor dat hij als klant de zaken zou gaan inkopen volgens de inkoopvoorwaarden van de leverancier. Klinkt redelijk, toch? Dat vond de sales rep ook, zo vertelde Gerrie me. Althans even. Binnen een week nam de sales rep namelijk weer contact op met Gerrie en liet weten het toch niet zo'n goed idee te vinden.

Dat is een mooi voorbeeld van de onderhandelcultuur die in Nederland is ontstaan en hoe je daar met humor uit weg kunt komen. Voorwaarden die bedrijven hanteren zijn vaak eenzijdig toegeschreven naar degene die ze hanteert. Aan de inkopende kant hanteert een bedrijf een betaaltermijn van 90 dagen terwijl het bedrijf als verkoper binnen 8 dagen wil worden betaald. Deze vorm van cash flow management wordt overigens beschouwd als misbruik van contractvrijheid.

Op talrijke onderdelen zijn standaard in- en verkoopvoorwaarden van een bedrijf elkaars spiegelbeeld. En bedrijven gaan elkaar daarmee te lijf. Deze battle of forms vraagt veel tijd en kan partijen het zicht ontnemen op de win/win-aspecten die aan een transactie zijn verbonden. De gedachte achter het gebruik van een set voorwaarden is om het contracteringsproces daarmee te standaardiseren en zo efficienter te maken. Maar nu we zien dat bedrijven de neiging hebben hun verkoopvoorwaarden eenzijdig te maken en de klant haar inkoop professionaliseert door met preferred suppliers en mantelovereenkomsten te gaan werken, zien we juist een vertraging van het contracteringsproces en hogere transactiekosten. En dan komt men er achter dat een evenwichtige set voorwaarden uiteindelijk toch beter werkt.

Indien de humor van Gerrie niet werkt om uit de battle of forms te geraken dan is aan te raden de Harvard onderhandelingsmethode van Fischer en Ury te volgen.

woensdag 4 juli 2007

Preventive Lawyering

Als ik aan mensen vertel dat ik bedrijfsjuridische werk doe, vraagt een enkeling wel eens door wat ik dan precies doe. Bij wat een advocaat doet, kunnen de meesten zich nog wel wat voorstellen. Bij een bedrijfsjurist niet.

Deze afbeelding geeft weer wat het werk van de bedrijfsjurist onderscheidend maakt van dat van een advocaat. Een advocaat lost juridische problemen op en procedeert zonodig. Er zijn advocaten die zich profileren als problem solver terwijl anderen zich als fighter profileren. Een bedrijfsjurist bevindt zich in de driehoek aan de rechterzijde, de problem solver en designer.

De fighter en de problem solver kijken terug; zij bezien wat partijen in het verleden hebben afgesproken wanneer zich een probleem voordoet en proberen het probleem tot een voor de klant goed einde te brengen. Met als ultieme beslisser een derde/arbiter.

Een designer kijkt naar de toekomst. Hij probeert de onderneming zo te sturen dat kansen worden verzilverd en risico's worden voorkomen. Voor de designer is de interne klant de ultieme beslisser; niet de arbiter. Kansen en risico's liggen vooral op de loer bij het sluiten van transacties, bij asset management en bij compliance. Risico's zijn daarbij de keerzijde van kansen. Risico's nemen is inherent aan ondernemen; het is dus ook geen risk management, het is surprise management. Je bent in zekere zin de hele dag bezig een onderneming te behoeden voor verrassingen. Net zoals finance, ict, sales en sourcing probeert een bedrijfsjurist de onderneming te behoeden voor verrassingen.

De rol van jurist als designer wordt gepropageerd door de preventive lawyering-beweging. Via een studieprogramma aan de California Western School of Law, de Nordic School of Proactive Law en via consultants wordt naar voren gebracht dat de jurist als designer veel waarde kan toevoegen. Hoewel deze beweging soms een karikatuur neerzet van de tradionele advocaat, is het gedachtengoed van deze beweging interessant. Door hen wordt de vergelijking gemaakt met het uitzetten van een gezondheidsprogramma. Vanuit een gezondheidsprogramma een riolering aanleggen dat schoon drinkwater geeft en daarme verspreiding van ziektes voorkomt, redt meer levens dan reactief een infrastructuur van artsen, verpleegkundigen, ziekenhuizen en ambulances opzetten.

Een andere vergelijking is die wel eens wordt gemaakt is de jurist als verkeerscentrale voor transacties. Een onderneming sluit constant transacties en het is de uitdaging dat deze transacties veilig, snel en zonder verrassingen achteraf doorgaan. Het aantal files, ongevallen, verkeersboetes en de afschrijvingswaarde van het wagenpark zijn daarbij performance indicatoren. Bij een ongeval rukt de bedrijfsjurist als wegenwacht ook nog uit (problem solver) en mocht dat geen resultaat geven, dan wordt een gespeciliseerd reparatiebedrijf (fighter) ingehuurd.

Het juridisch gezond houden van een onderneming is niet eenvoudig. Kijken in de toekomst en niet alleen een inschatting geven van de juridische risico's maar ook een inschatting maken van de kans dat zo'n risico zich daadwerkelijk voordoet en hoe hierop te anticiperen, vraagt van de jurist dat hij vertrouwd is met het business model en de interne processen van de onderneming, de omgeving waarin de onderneming opereert en bekend is met de vaardigheden van de sleutelfiguren, in welke mate er een claimcultuur heerst, hoe actief de toezichthouders zijn, etc.

Als designer zie je door deze complexiteit vaak niet direct resultaat van je werkzaamheden. Daarom wil ik als bedrijfsjurist ook bij ontstane problemen worden betrokken. Problemen zijn hier de claims, de brandjes die moeten worden geblust. Want reactief een claim oplossen is in zekere zin overzichtelijk. Het past in een dossiermap en er komt altijd een eind aan. Je ziet snel resultaat.

donderdag 31 mei 2007

Administratieve organisatie van de bedrijfsjurist – van hard copy naar soft copy

Als advocaat-stagiare op een advocatenkantoor word je vanaf dag één geleerd hoe je informatie beheert. Je legt een dossier aan met uniek nummer, van alle uitgaande stukken worden kopieën gemaakt voor in het dossier, belangrijke telefoongesprekken en besprekingen worden schriftelijk vastgelegd en email berichten worden geprint opgeborgen in het dossier. Daarbij wordt de advocaat ondersteund door een secretaresse die een belangrijke rol heeft bij informatiebeheer. In het klassieke patroon gaan alle telefoongesprekken via haar, wordt ieder briefje per dictafoon uitgetikt, maakt zij alle afspraken en zorgt zij ervoor dat alle in en uitgaande stukken in het dossier komen en dat het dossier daarmee een getrouw beeld geeft van geleverde diensten. Dat klassieke patroon is door opkomst van email, thuiswerken, blackberry en mobiele telefoon ongetwijfeld aan het kantelen. Maar hoe ziet het er voor de bedrijfsjurist uit?

Als bedrijfsjurist heb ik in het begin geworsteld met de vraag hoe ik de groeiende informatiestroom moest beheren. De werkwijze die mij als advocaat was aangeleerd, bleek niet te werken. De secretaresse opdracht geven dagelijks alle email berichten met bijlagen te printen, zou pakken papier per week opleveren. Het opbergen van al het papier in dossiers zou ondoenlijk zijn. Dan loop je in korte tijd vast. Ik moest nadenken waar ik mijn beperkte tijd en aandacht aan ging besteden, wat ik aannam en wat niet en -vooral- waar ik toegevoegde waarde kon bieden. Alleen in het laatste geval moest ik informatie bewaren, want anders zou in verdrinken. Ik kwam er ook achter dat alles in softcopy bewaren en zo weinig mogelijk mail hard copy bewaren, veel beter werkte.

De gedragsverandering heeft me enige tijd gekost. Ik bleek overigens niet de enige. Veel bedrijfsjuristen die net als ik advocaat zijn geweest, hielden vast aan een werkwijze die ze als advocaat hadden geleerd. Dat betekent dossiers aanmaken en alles daarin geprint opbergen. In outlook een gelijke ordening aanbrengen, kwam ook niet meteen in me op. Het resultaat was dossier met stapels printjes van emailstrings. Tegenover de interne klant die zijn emailberichten in outlook wel goed beheert, sta je dan op achterstand. In een bespreking met de interne klant zit je dan tegenover hem door een stapel papier te ploegen terwijl hij met een paar muisklikken en handige zoekmethodes veel sneller bij de informatie komt en deze ook beter kan analyseren. Je voelt je dan achterlijk bezig, het wekt weinig vertrouwen.

Als ex-advocaat zat ik gevangen in een traditie, zo bleek. Ik had last van een remmende voorsprong. Als één van de eerste professionals en dienstverleners heeft de advocaat veel gezag dat hij ontleent aan het feit dat hij over veel kennis beschikt. Maar vooral ook doordat de advocaat vaardig is in kennis snel beschikbaar te maken. Duidelijk mag zijn dat het printen van emailstrings kennis juist niet snel beschikbaar maakt. Integendeel. Ik moet hier denken aan het begin van de auto-industrie. De eerste auto werd gemaakt op basis van een paardenkoets. Als ex-advocaat die bedrijfsjurist word, reed ik in een paardenkoets en had met de opkomst van de benzinemotor alleen het paard omgeruild voor motor en noemde het een auto. Het zag er niet uit; het bleek vooral traag en niet efficiënt.

Hoe dan het informatiebeheer aanpakken? Kan het beter? Ja zeker. Door alles soft copy op te slaan. Hard copies, zoals brieven en faxen kunnen daarbij door scannen soft copy worden gemaakt. Met outlook, excel en handige zoekfuncties zoals Google Desktop search kun je dan veel beter je werk doen.

Soft copy administreren moet je grotendeels zelf doen, elke dag. Maar met enige discipline en handigheid neemt dat niet meer dan 5-10 minuten per dag in beslag. Bijkomend voordeel is dan je de informatie dan ook beter voor elkaar in een afdeling beschikbaar kan maken via publieke outlook-folders. De continuiteit van dienstverlening van een afdeling is daarmee ook nog eens gewaarborgd.

vrijdag 4 mei 2007

Onze directeur heeft het hier voor het zeggen

Als bedrijfsjurist probeer je klussen te doen die zo dicht mogelijk bij de directie staan. Zo maak je jezelf zichtbaar bij de directie en kom je langzaam hogerop. Dat liet een bedrijfsjurist mij een keer weten. Ik opperde nog dat ik mij richt op klussen waar ik de meest toegevoegde waarde kan bieden. En dat ik had gemerkt dat ik juist dicht bij de business veel toegevoegde waarde kan bieden. Uit haar reactie maakte ik op dat ik het niet goed begreep, dat bracht je in je loopbaan niet verder. Was ik naïef?

Ik moest hier aan denken toen ik vandaag de reacties van werknemers van ABN Amro in de
krant las naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer. ‘Onze directeur heeft het hier voor het zeggen’, zo luidde de kop. Hard werken voor diegene die het voor het zeggen heeft in het bedrijf, is een manier om hogerop te komen. Maar wie het voor het zeggen in een bedrijf? In de uitspraak van de Ondernemingskamer komt weer eens naar voren dat dit niet steeds de directeur is. De aandeelhouder moet in bepaalde situaties worden geraadpleegd. En de aandeelhouder controleert of zijn investering wel rendeert. Als er onvoldoende rendement is, daalt de aandelenkoers. En dan is het niet meer eten (overnemen) maar gegeten worden (worden overgenomen). Of erger. Als je niet uitkijkt, wordt je niet gegeten maar verslonden. Je wordt in stukken gehakt, gaat naar een consortia en na 10 jaar is iedereen ABN Amro vergeten. Weg is de investering in corporate branding.

Return of Investment (ROI) is voor de aandeelhouder belangrijk, daar kijk die naar. Met de gewijzigde corperate governance moet een directeur nog meer vanuit ROI gaan denken. En iedereen die verder voor het bedrijf werkt ook, zo is mijn overtuiging. Maar kijkt een werknemer aan het eind van de maand naar zijn salarisspecificatie vanuit die gedachte? Welke werknemer vraagt zich af of de investering die in hem wordt gedaan in de vorm van arbeidsvoorwaarden, door hem wordt terugverdiend. En meer dan dat, dat hij toegevoegde waarde biedt en bijdraagt aan het rendement.

Ben dus niet alleen loyaal aan de directeur. Denk ook aan je toegevoegde waarde. Iedereen die werkt bij een op winst gerichte onderneming, of het nu werknemer of freelancer is, dient naar mijn idee te beseffen dat wat hij kost ergens moet worden terugverdiend. Dat is puur eigenbelang. Want zolang je vanuit dit besef handelt, verminder je de kans dat je bedrijf in stukken wordt gehakt, blijft je functie behouden bij een reorganisatie, en blijf je een
aantrekkelijke kandidaat op de arbeidsmarkt.

donderdag 26 april 2007

Sneu

De Orde van Advocaten bracht deze maand een aardig boekje naar buiten over diversiteit. Er blijkt al jaren een instroom van vrouwelijke advocaten van rond de 60%, maar dat percentage daalt tijdens het medewerkerschap naar 40%. En van de partners is slechts 10-15% procent vrouw. Deze uitstroom moet worden gestopt. Diversiteit is
speerpunt geworden.

In het boekje staan interviews met de managing partners van een aantal advocatenkantoren. Zo ook met Joost Linneman van Kennedy Van der Laan advocaten. De trend dat vrouwen uitstromen, wordt volgens Linneman nu ook veroorzaakt doordat steeds meer advocaten gaan interimmen. Hij zegt daarover het volgende:
"Steeds meer juristen –en niet de minste- beginnen voor zichzelf en laten zich op tijdelijke basis voor concrete klussen inhuren. Daardoor houden ze grip op hun eigen tijd en doen ze toch veel en gevarieerde werkervaring op. Het lijkt wel of de halve wereld inmiddels aan het interimmen is. Vijf jaar geleden waren die mensen sneu, nu lopen ze voorop."

Zes jaar geleden heb ik ook de traditionele advocatuur verlaten om te gaan interimmen. Binnen de advocatuur leer je het vak, het is een
moderne gilde. En van deze leerschool heb ik nog steeds profijt. Maar zoals iedere gilde is er voor vernieuwende ideeën minder plaats. Het beloningsmodel is nog steeds werken op uurbasis. No cure no pay, mag in Nederland ook niet. Daarnaast is er een partnerstructuur bij kantoren. Ook dat heeft weer een wettelijke grondslag in de Verordening op de praktijkrechtspersoon. Het heeft tot gevolg dat advocaten alleen mogen worden geleid door de eigen beroepsgroep. Deze opgelegde structuur houdt vernieuwing tegen.

Veel advocaten die zijn gaan interimmen ervaren de overstap dan ook als verrijkend. Als interimmer werk je niet meer tussen en onder alleen maar advocaten die naast collega ook je concurrent zijn door de druk om declarabele uren te schrijven. In plaats daarvan werk je nauw samen met personen die denken vanuit verschillende disciplines. En je output is niet het aantal declarabele uren. Je output is direct een bijdrage leveren aan het succes van je opdrachtgever. Doordat je nauw bent betrokken bij bedrijfsprocessen is veel beter zichtbaar wat er met je advies wordt gedaan.

De aantrekkelijkheid van interimwerk hangt naar mijn idee ook samen met de
groeiende status van de bedrijfsjurist. De bedrijfsjurist is geëvolueerd van zero risk adviseur naar legal risk manager. De bedrijfsjurist bij met name internationale bedrijven loopt voor op de gespecialiseerde advocaat als het gaat om het onderkennen van juridische risico’s en het uitzetten van een strategie om dit te managen. Volgens de Association of Corporate Counsel is de bedrijfsjurist een business partner met groeiende verantwoordelijkheid en een groeiende beloning.

Het bestaan van een interim-jurist is dus inderdaad verre van sneu. Je werkt als bedrijfsjurist bij steeds weer andere bedrijven. Dat is afwisselend, biedt veel ruimte voor persoonlijke groei en het verdient beter dan medewerker te blijven bij een advocatenkantoor. En je hebt je leven in eigen hand. Je bent niet gebonden aan een kantoor; je gaat geen vergaand partnerschap aan. In plaats daarvan bouw je zelf een netwerk op waar je op terug kunt vallen. Zoals de
Vereniging voor Juridisch Interim Professionals waar inmiddels 24 interim-juristen bij zijn aangesloten.


Het t-shirt is online te bestellen

dinsdag 24 april 2007

Helder formuleren bij een contract – altijd goed?

Toen ik in 2000 aan de slag ging als bedrijfsjurist maakte ik kennis met een commercieel manager die het credo hanteerde dat transacties niet op papier moeten komen. Want dan leg je je vast. En dat leidt tot meer claims. Gelukkig is dat niet meer de heersende gedachte.

Maar een transactie zo aan het papier toevertrouwen dat de prestaties en verwachtingen over en weer helder staan verwoord, is nog lang geen gemeengoed. Vooral de bank- en verzekeringssector in Nederland staat niet bekend om de inzichtelijkheid van haar diensten. Integendeel. Vorig jaar bracht AFM naar buiten wat iedereen binnen de sector al wist: de consument werd onwetend gehouden over de kosten die aan deze dienstverlening was verbonden. De kosten bleken op te lopen tot 40%. Het heeft geleid tot een groot
aantal claims en reputatieschade voor de sector.

De sector lijkt nu eindelijk te onderkennen dat het anders moet.
Financiële dienstverleners hebben vorige week beloofd dat hun klanten vanaf 2008 beter over de aard van hun diensten en de kosten die er aan zijn verbonden zullen worden ingelicht. Ondertussen is consument nog lang niet tevreden, is zelfs nog meer teleurgesteld. Het advies van de financieel adviseur blijkt niet gratis te zijn en ook aan de financiële instelling moet de consument betalen in de vorm van transactiekosten, beheerskosten, bewaarkosten, administratiekosten en een dure overlijdensrisicodekking. De consument kan hier maar moeilijk aan wennen, blijkt uit het jaarrapport van AFM dat op 4 april 2007(zie ook) uitkwam: Het vertrouwen in financiële instellingen is in 2006 gedaald ten opzicht van 2005. De betrouwbaarheid van financiële adviseurs blijft laag. Zoals al verwoord in het voorgaande jaarverslag kent het onderwerp ‘kwaliteit financiële dienstverlening’ een bijzondere paradox. Deze paradox is gelegen in een toenemende transparantie die er toe leidt dat consumenten de werkelijke kwaliteit van de dienstverlening beter kunnen inschatten. De verwachte afname van het vertrouwen in de financiële dienstverlening heeft zich inderdaad voorgedaan. Deze kan zijn gelegen in de toenemende transparantie rond beleggingsverzekeringen. De AFM verwacht dat deze lijn zich in 2007 nog verder door zal zetten, maar dat op de langere termijn de transparantie leidt tot een verbeterde dienstverlening en daarmee tot een hoger vertrouwen van de financiële consument.

Helder en simpel je dienstverlening omschrijven, is een mooi streven.
Volgens de general counsel van Sun Microsystems moet het, want het is klantvriendelijk en het leidt tot lagere transactiekosten. Maar transparantie kan ook leiden tot me too, de angst van iedere marketeer. Me too betekent dat je één van de vier P’s van marketing, de P van Plaats/Positionering, niet meer kan gebruiken. En daardoor zal meer nadruk komen te liggen op de drie andere P’s. Met name Prijs. Met me too zal meer op prijs moeten worden geconcurreerd. En met het me too dilemma worstelt de financiële sector nu, zo krijg ik de indruk.


vrijdag 20 april 2007

Juridische intermediairs - groei!


Als interim-jurist maak je regelmatig gebruik van juridische intermediairs. Zij bemiddelen bij het vinden van een nieuwe opdracht. Er zijn in Nederland inmiddels bijna vijentwintig juridische intermediairs actief. In alfabetische volgorde:

Balance
BaS
Brunel
Hays
Hudson
Laurence Simons
Leagle
Legal Circles
Legal People
Legal Workforce
Michael Page
NIG Ondernemingsrecht
NL Juristen
OndernemendeJuristen
Plus Talent
PureLegal
Resources
Teuben Recruitment
UJG
Voxius
Vroom & Van den Heuvel
Yacht
Yer
ZumpolleVanderStoel

De intermediairs onderkennen inmiddels goed dat niet alleen het bedrijf dat de opdracht verstrekt klant is. Ook de jurist is klant. Bijna alle intermediairs bemiddelen ook voor interim-juristen. Er zijn naar schatting 150 interim-juristen werkzaam in Nederland. Daar wordt uit gevist door de intermediairs.


Een interim-jurist is niet in staat alle intermediairs aandacht te geven. Dus hij gaat kiezen. De interim-jurist gaat het intermediair zien als distributiekanaal om zijn unieke persoonlijkheid en diensten aan te bieden. Maar bij welk intermediair sluit hij zich dan aan? Vaak kiest de interim-jurist voor het intermediair die door zijn netwerk de mooiste opdrachten binnenhaalt. Maar een intermediair wordt door de opdrachtgever niet steed exclusiviteit gegund. Het komt voor dat je voor dezelfde opdracht door twee intermediairs wordt gebeld. Hoe kies je dan? Het beste tarief natuurlijk. Dat kan namelijk uitmaken. Het ene intermediair weet de interim-jurist bijvoorbeeld beter te verkopen bij de opdrachtgever; de opdrachtgever is bereid een goed tarief te betalen omdat hij door de voordracht van het intermediair beter in staat is de toegevoegde waarde van juist deze interim-jurist te onderkennen.

Het betere tarief kan ook worden veroorzaakt doordat de intermediair genoegen neemt met een lagere fee. Er zijn nog steeds intermediairs die 40% van het uurtarief inhouden, 60% gaat dan naar de interim-jurist. Wanneer de interim-jurist bij een opdrachtgever aan de slag gaat voor 150 euro per uur, houdt hij er 90 euro aan over. Maar dat is een uitzondering. De meeste intermediairs vragen 20%-30% van het tarief van de interim-jurist voor hun bemiddeling.

En het aantal intermediairs groeit door. Het afgelopen jaar alleen al zijn er vier bijgekomen. Ik noem NIG Ondernemingsrecht, OndernemendeJuristen, Leagle en ZumpolleVanderStoel. En de gevestigde namen UJG en Voxius zijn overgenomen door de uitzendgiganten USG en Vedior. Het zijn tekenen dat de vraag naar juridische interim-diensten verder groeit. En dat intermediairs er in geloven en de vraag naar dit soort dienstverlening verder gaan versterken. Een ontwikkeling die ik als interim-jurist alleen maar kan toejuichen. De markt van interimjuristendienstverlening is volwassen geworden.


Foto van Tom Elst, fotograaf.

maandag 16 april 2007

Een advocaaat levert geen commodity services

Advocaten zijn geen leveranciers van commodity services. Want dan zou je als klant een fixed fee kunnen verlangen. En zover krijg je een advocaat zelden. Toch zijn er juridische diensten aan te wijzen die kunnen worden beschouwd als een commodity. Denk aan incassodiensten. Het binnenhalen van een geldvordering met een verweer dat weinig om handen heeft, is juridisch niet ingewikkeld. Het vereist eerder administratieve en organisatorische inzet. Voor incassozaken geldt sinds jaren het incassotarief. En daarmee heeft de advocatuur deze dienstverlening ook grotendeels overgelaten aan deurwaarderskantoren en incassobureaus. Een medewerkster van een deurwaarderskantoor heeft mij eens verteld dat zij 700 incassozaken tegelijk beheert. Buiten de vraag of een advocaat het dan nog leuk vindt, is voor een advocaat zo'n aantal administratief niet meer te organiseren. Het past niet in diens business model.

Zijn er nog meer commodity-diensten aan te wijzen? Ik meen van wel. Denk aan de zogenaamde geregelde ontbindingen in de ontslagpraktijk. Het opstellen en indienen van een verzoek- of verweerschrift vraagt nauwelijks juridische deskundigheid. Het wordt vaak door de secretaresse gedaan. Toch wordt hier soms 1000 of zelfs 1500 euro voor gevraagd. En zo is een lucratieve ontslagindustrie ontstaan; als jurist voeg je hier geen waarde toe maar het verdient goed. Hele secties draaien er op. Zo waren er in 2004 meer dan 80.000 ontbindingprocedures ex art. 7:685 BW waarvan 80% geregeld. Zowel werknemer als werkgever worden daarbij apart bijgestaan en krijgen ieder een factuur van de advocaat. Bij een gemiddelde factuurwaarde van 500 euro hebben we over een jaaromzet van 64 miljoen euro. Terwijl het voor 300 euro kan, alles bij elkaar voor werknemer en werkgever. Bij een ontslagronde van 50 werknemers waarbij de werkgever ook de kosten rechtsbijstand van de werknemer dekt, kan je als bedrijf zo forse besparingen realiseren.

Ook in het intellectuele eigendomsrecht zijn commodity services aan te wijzen. Denk aan de aanpak van product- en merkvervalsing. Bedrijven hebben daar last van. Het kan gaan om namaak van speelgoed, meubelen, cosmetica, merkkleding en zelfs geneesmiddelen. Het komt uit India of China via een onduidelijk web van tussenhandelaren in Europa terecht. In het kader van IP-asset management (zie ook) moet daarop IP-enforcement worden toegepast.

IP-enforcement betekent in de praktijk het van de markt halen van de namaakproducten en een schadeclaim neerleggen bij de producent of handelaar. In het verleden namen bedrijven voor IP enforcement een gespecialiseerd advocatenkantoor in de arm. Het kantoor stuurde haar medewerkers zelfs op pad om namaakproducten op te sporen in winkels, markten en internet. De advocaat als een soort detective. Daarnaast werd de advocaat gevraagd contact te onderhouden met de Douane, Fiod-ECD en Openbaar Ministerie. En zelfs aangifte te doen. Op namaakpartijen werd met hulp van een advocaat beslag gelegd en de handelaar werd onder druk gezet om een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Buiten het leggen van beslag betreft het ook hier grotendeels administratieve en organisatorische taken.

De kosten van IP-enforcement zaak kunnen met advocatenbijstand oplopen tot duizenden euro’s. En dat staat vaak niet in verhouding tot het belang van een zaak. Het gaat immers om relatief kleine partijen namaakproducten maar dan in grote aantallen. En iedere partij is een losse zaak, met zaak- en factuurnummer. Partijen die je als bedrijf niet ongemoeid wil laten. Maar er moet ook op de kosten van IP-enforcement worden gelet. Dus toen in de jaren ‘80 het volume van zaken bij bedrijven groeide, liepen de kosten van de advocatenbijstand zo op dat naar alternatieven werd gezocht. En zo ontstond in 1991 met ondersteuning van de Amsterdamse Kamer van Koophandel de Stichting Namaakbestrijding. Een initiatief dat nu ruim 15 jaar later zeer goed is uitgepakt. Niet alleen de 130 aangesloten bedrijven zijn tevreden. Ook van medewerkers van de Douane en Fiod-ECD vernam ik positieve geluiden. SNB-React heeft veel kennis en huis die ze bereid is te delen met douane en Fiod-ECD. SNB React was bovendien makkelijk benaderbaar zo lieten medewerkers van Fiod-ECD en Douane mij weten. Dat kan van advocaten door de druk om uren te schrijven niet altijd worden gezegd.
SNB-React heeft van IP-enforcement een commodity service gemaakt. Zo wordt voor het doen van aangifte bij Fiod-ECD en de opvolging een vergoeding gevraagd van € 200. Voor de contacten met de Douane ingevolge de Douanerichtlijn 1383/2003 waarbij wordt aangestuurd op een afstandverklaring en vernietiging betaal je € 300. In 2006 heeft SNB-React meer dan 8000 zaken behandeld. Die zaken komen in een database en aangesloten bedrijven kunnen op de rapportages van hun zaken inloggen. SNB-React heeft daarnaast zusterorganisaties in de meeste Europese landen. Het opzetten van een pan-Europees IP-enforcement programma komt zo een stap dichterbij, de financiële drempel is lager geworden.

IP enforcement is overigens het meest effectief door niet alleen de namaakproducten te onderscheppen of de bron aan te pakken. IP enfordement is onderdeel van IP asset management. En dat omvat ook afspraken maken met het verkoopkanaal in het kader van supply chain management. En consumenten dienen te worden voorgelicht over hoe ze namaak kunnen onderscheiden. Daarnaast moeten adverteerders zoals google en ebay worden aangesproken. Het geneesmiddelbedrijf Abbott heeft de uitwerking van haar IP asset management op internet gezet.

Afbeelding: Copyright (C) 2000,2001,2002 Free Software Foundation, Inc.
51 Franklin St, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301 USA

woensdag 11 april 2007

Compliance- Keep me out of prison

Compliance. Naast het brede takenpakket van de bedrijfsjurist kreeg ik ook compliance bij mijn laatste opdracht naar binnengeschoven. Maar wat is compliance, wat moest ik er mee? Mijn opdrachtgever was geen financiële dienstverlener, dus stond niet onder toezicht van AFM, DNB en MinFin.

Volgens wikipedia wordt met
compliance bedoeld dat een organisatie werkt in overeenstemming met vigerende wet- en regelgeving. Tja. Moet niet iedere persoon werken in overeenstemming met vigerende wet- en regelgeving, was mijn eerste gedachte. Het was voor mij als bedrijfsjurist en civilist een wollige definitie. Ik bleek niet de enige die dit vond. Wat dien je in het kader van compliance immers na te leven? Interne richtlijnen zoals de Ethical Business Conduct. Accounting-richtlijnen? Contractuele verplichtingen mogelijk?

Een bedrijf dat je als bedrijfsjurist bijstaat, onderneemt in een complex van regels dat niet eenduidig is. En dan loop je risico. De rol van een bedrijfsjurist is dan niet om op de rem te staan. Zolang je een risico voor het bedrijf tijdig onderkent en ergens verdisconteert, vervul je je rol als bedrijfsjurist al heel behoorlijk. Let wel: ik zeg niet dat je het bedrijf moet stimuleren de wet te overtreden. Ik zeg alleen dat een bedrijf vaak moet handelen -niets doen is geen optie- en dat men dan te maken krijgt met een tegenstrijdige belangen en regelgeving waar men een oplossing voor vraagt bij de bedrijfsjurist. Als bedrijfsjurist ga je dan niet als dominee roepen dat het niet mag. Want dan wordt het erg rustig op je legal department.

Dus nog een probleem er bij. Niet alleen was voor mij niet duidelijk wat compliance precies inhield. Het kwam mij ook voor dat de compliance-pet niet goed samenging met de bedrijfsjurist-pet.

Gaan we terug naar de financiële sector. Waarom is compliance daar zo uitgegroeid? Omdat deze sector te maken kreeg met erg actieve toezichthouders. En ongewenste media-aandacht. Een op winstgericht bedrijf kan niet meer onbegrensd zijn gang gaan, was de boodschap. De sancties in de vorm van boetes of zelfs een gevangenisstraf en de soms vergaande bevoegdheden van een toezichthouder waren voor veel bedrijven reden hier serieus aandacht aan te geven. Er kwam een complianceprogramma en er werd een
compliance officer aangesteld. In de V.S. gaan ook bedrijven buiten de financiële sector over tot het instellen van een complianceprogramma. Zie bijvoorbeeld deze presentatie van sigarettenfabrikant Phillip Morris waarbij men zich met compliance richt op naleving van de anticorruptiewetgeving OECD en FCPA en hoe je daarbij voor te bereiden op audits van DoJ en SEC.

Dus het heeft te maken met toezichthouders. Hoe kun je een bedrijf voorbereiden op een
audit van een toezichthouder? Dat was compliance. Keep me out of prison, zo zou voor sommige bedrijven de instructie van CEO aan GC kunnen luiden. Zie onder meer de recente corruptieschandaal rond Total Fina (zie ook) waarbij de topman wordt aangeklaagd voor betaling van smeergeld om toegang te krijgen tot Iraanse gasvelden. Of Siemans waar een topman smeergeld zou hebben betaald aan een Duitse vakbond.

Er werd mij al meer duidelijk. Dan moet ik dus in kaart brengen of mijn opdrachtgever bezoek zou kunnen krijgen van een actieve toezichthouder en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Dat kan de Voedsel en Warenautoriteit zijn voor de foodsector. Het openbaar ministerie -of wanneer je je beursgenoteerd bent in de V.S. het SEC- met betrekking tot anticorruptiewetgeving. De Inspectie voor de Gezondheidszorg voor de Nederlandse farmaceutische sector. Dat zijn overigens niet in alle gevallen actieve toezichthouders. Wel actief zijn de Mededingingsautoriteit en Neelie Kroes van de Europese Commissie. Pricacywetgeving kan ook een compliance-aangelegenheid zijn. Niet zozeer door het risico dat deze toezichthouder langs komt. Hier speelt eerder het voorkomen van negatieve beeldvorming, je wilt als bedrijf niet bekend staan als privacyschender.

Niet-naleving van regels met een actieve toezichthouder kan leiden tot een boete of zelfs strafrechtelijk vervolging. Belangrijker: een onderzoek door een toezichthouder kan invloed hebben op de winstgevendheid van een bedrijf. Zo’n onderzoek is namelijk tijdrovend en kan alleen al door het name and shame-karakter zeer schadelijk zijn voor de reputatie van het bedrijf. Daarom is het belangrijk dit goed te managen, door verrassingen te voorkomen. Onder meer door bewustwording in de organisatie te creëren, intern toezicht en alle gedragingen die hiermee samenhangen zo nodig schriftelijk vast te leggen voor eventuele interne en externe audits.

woensdag 21 maart 2007

Denken als een deal lawyer (2)

Als bedrijfsjurist moet je ervoor zorgen dat je tijdig wordt betrokken bij belangrijke transacties. En dat doe je door de taal van de CEO, CFO, sales en procurement te spreken. Door hen het gevoel te geven dat je de business snapt en niet alleen wijst op de risico's maar vooral meedenkt in kansen en mogelijkheden. Ze moeten jou kortom zien als een go-to lawyer die er niet alleen is om de puntjes op de i te zetten.

Het beeld dat een jurist de transactie vertraagt en zaken met legalese onnodig moeilijk maakt, moet kortom worden weggenomen. Ook het beeld dat de vertrouwensbasis met het opnemen van een jurist in het deal-team zou worden ondermijnd, moet worden weggenomen. Als bedrijfsjurist breng je de boodschap dat met een jurist in het team je juist sneller en soepeler tot een betere deal komt.

Maar wat blijkt nu? Niet de juristen zondigen zich hier aan. Het alleen maar denken in risico's en het win/win-aspect van een transactie veronachtzamen, komt juist voor bij de groeiende groep van sourcing- en contract managers! De IACCM, de vereniging van contractmanagers en sourcing specialisten, heeft dit na onderzoek onder haar leden vastgesteld.

In dit onderzoek onder ruim 500 internationale bedrijven werden contractmanagers gevraagd over welke van de 30 soorten contractsbepalingen het meeste werd onderhandeld. Daaruit kwam een top 10 naar voren met onder meer limitations of liability, indemnification, rights to terminate en liquidated damages for performance failure. Dit tot groot verdriet van IACCM. Want het staat haaks op hun missie en visie dat contractsonderhandelingen juist gericht zouden moet zijn op wederzijds succes in plaats van op een mogelijke mislukking. Er wordt daarover de volgende verzuchting gedaan:
And so we end another year with value-reduction terms heading the list - limitations of liability, levels of indemnity, control of Intellectual Property, rights to terminate, liquidated damages for performance failure ..... We call them ‘value reduction’ terms because they contribute little or nothing to the quality of the relationship, nor the likelihood of its success. They distract from value-add relationship or offering discussions. And they tackle risk in only a very narrow sense – most of these terms are about allocating the consequences of failure. By undermining the framework for collaboration, they often increase the probability that failure will occur.

dinsdag 20 maart 2007

Denken als een Deal Lawyer

Vorig jaar heb ik de
Grotius Specialisatieopleiding Contracteren gevolgd. En of ik er wat aan had, wordt mij nu gevraagd. Ja, antwoord ik dan. Het programma zat goed in elkaar en de meeste docenten hadden een prima verhaal. Door het maken van huiswerk en het afleggen van een tentamen bleef de stof ook veel beter hangen. De kennis van boek 3, 6 en 7, Weens koopverdrag, EVO en EEX is na het verlaten van de collegebanken zo weer opgefrist en beklijfd ook. Mijn theoretische basis nodig om contracten te beoordelen en op te stellen, is verstrekt. Het helpt zeker.

Bij een aantal cursusonderdelen ging het helaas niet verder dan het geven van een juridische basis. Aan de hand van een groot aantal Hoge Raad-uitspraken werd door deze docenten geïllustreerd waarom een bepaalde contractsbepaling niet stand hield bij een geschil. Of veleer tot verwarring leidde in plaats van een door partijen gewenste duidelijkheid. OK, dachten de meeste cursisten, wat is voor zo'n situatie dan wel een goede contractsbepaling? En dan bleef het stil. Daar werd geen tijd voor vrij gemaakt. En dat was in de beleving van met name de deelnemende bedrijfsjuristen vreemd. Want het is een cursus contracteren, een werkwoord, dus zou je mogen verwachten dat ook vaardigheden worden bijgebracht. Om juist procedures te voorkomen. Al is het maar 30 minuten in een blok van 3 uur om zo de cursist op weg te helpen. Want anders past het beter in de
Grotius specialisatieopleiding Onderneming en Aansprakelijkheid, waar litigation centraal staat.

In de Verenigde Staten wordt contract drafting skills al wel aangeboden. De noodzaak van het onderwijzen van drafting skills wordt treffend
verwoord door Tina Stark: doing deals is fundamentally different from litigating, in terms of both the skills used and the substantive knowledge required. This applies at the most basic level—that is, what it means to think like a lawyer. Although the academy prides itself on teaching students to think like a lawyer, for the most part we teach students to think like litigators. To teach our students to be deal lawyers, we must teach them to think like deal lawyers.

Denken als een deal lawyer. Een deal lawyer is volgens Tina Stark in staat een business deal te vertalen in een contractueel concept. En meer dan dat, een deal lawyer voegt voor zijn klant waarde toe aan een deal. Door mogelijke business issues tijdig te onderkennen en er een oplossing voor te vinden in het contract. Nederlandse deal lawyers moeten wachten tot het Nederlandse onderwijs deze ontwikkeling oppikt. En ondertussen kunnen ze terugvallen op de boeken van Tina Stark en Charles M. Fox of in mindere mate het boek van Richard Cristou.

dinsdag 6 maart 2007

Duur?

Bedrijfsjuristen
klagen wel eens dat advocaten duur zijn. Voor een senior medewerker betaal je vaak meer dan 250 euro per uur.

Een ervaren bedrijfsjurist is echter ook niet goedkoop. Volgens een
salary survey van Voxius verdient een ervaren bedrijfsjurist al snel 100.000 euro bruto per jaar. Reken daar bovenop nog eens secundaire arbeidsvoorwaarden als pensioen en auto en de kosten van een werkplek (inclusief HR-, ICT- en andere ondersteuning) dan lopen de kosten per jaar op tot ruim 150.000 euro.

Uitgaande van 1400 productieve uren per jaar, kost een bedrijfsjurist daarmee 110 euro per uur. Goedkoper dan een advocaat, inderdaad. Maar daar komen de advocatenkosten natuurlijk nog bij.

donderdag 8 februari 2007

Uit de krant: No cure - no fee van 15,6 miljoen euro

Iedere advocaat loopt wel eens aan tegen de beperking van de moeten werken op uurbasis. Soms kan de klant niet betalen. Of is hij bang te investeren in een zaak. Dan wil je als advocaat wel eens meedoen. Door ook risico te dragen. Redelijk toch? En soms heb je als advocaat een goed idee dat in 5 minuten is bedacht onder de douche. Waarvan je weet dat het je klant veel gaat opleveren.

De intellectuele vruchten moet je in Nederland dan afrekenen op uurbasis. Ondanks aandringen van de Orde van Advocaten mag werken op no cure-no fee nog steeds niet. Toch gebeurt het zo, stond in de
krant van 8 februari 2007. Omdat het de klant en de advocaat het meest motiveert. Maar als er dan succes is, loop je als advocaat in Nederland het risico dat de klant er onder uit probeert te komen. En dan wordt het lastig je te baseren op een verboden afspraak. Dat gebeurde de advocaat Roelof van Holthe tot Echten. Hij stond de Amerikaanse erfgename van de in de oorlog door de nazi's beroofde en vermoorde Goudstikker bij in een geschil met de Nederlandse staat over teruggave van kunst. De erfgename zag op tegen de kosten en de advocaat heeft toen 19,5% van de op opbrengst bedongen. De opbrengst was uiteindelijk 202 schilderijen met een waarde van 100 miljoen. En de klant bleek bereid niet meer dan 1,3 miljoen te betalen.

Ook bedrijven die legal services inkopen vinden werken op uurbasis niet altijd handig. De General Counsel van Cisco
vindt het ronduit contraproductief:
There’s a fundamental misalignment at work here. Law firms cannot afford to own the business risks of their clients, have a lot of employees to pay and also have to allocate the limited resources of extraordinary star partners. On the other hand, we clients want access to information and counseling and want to pay for value received. Put most bluntly, the most fundamental misalignment of interests is between clients who are driven to manage expenses, and law firms which are compensated by the hour.

Ook dichterbij in België wordt de discussie gevoerd. Of het werken op basis van het ereloon nog wel van deze tijd is. Omdat het inefficiënte in de hand zou werken. En soms zelfs perverteert. Zo werden medewerkers van Clifford Chance aangezet om meer dan
2420 uur per jaar te schrijven. Dat komt neer op ruim 50 uur declarabel per week, een onmogelijke eis.

Er wordt de laatste jaren meer gezocht naar
alternatieven. Zoals de succes fee, om daarmee de advocaat mee risico te laten dragen. De valued based fee om de kosten beter aan te laten sluiten bij de omvang van de zaak. Of de fixed fee, voortgekomen uit de wens tot budgettering.