Getting to YESGerrie, een inkoper waar ik mee samenwerk, vertelde mij laatst hoe hij sales reps ertoe bracht om niet onder algemene verkoopvoorwaarden van de leverancier te verkopen. Gerrie stelde voor dat hij als klant de zaken zou gaan inkopen volgens de inkoopvoorwaarden van de leverancier. Klinkt redelijk, toch? Dat vond de sales rep ook, zo vertelde Gerrie me. Althans even. Binnen een week nam de sales rep namelijk weer contact op met Gerrie en liet weten het toch niet zo'n goed idee te vinden.
Dat is een mooi voorbeeld van de onderhandelcultuur die in Nederland is ontstaan en hoe je daar met humor uit weg kunt komen. Voorwaarden die bedrijven hanteren zijn vaak eenzijdig toegeschreven naar degene die ze hanteert. Aan de inkopende kant hanteert een bedrijf een betaaltermijn van 90 dagen terwijl het bedrijf als verkoper binnen 8 dagen wil worden betaald. Deze vorm van cash flow management wordt overigens beschouwd als misbruik van contractvrijheid.
Op talrijke onderdelen zijn standaard in- en verkoopvoorwaarden van een bedrijf elkaars spiegelbeeld. En bedrijven gaan elkaar daarmee te lijf. Deze battle of forms vraagt veel tijd en kan partijen het zicht ontnemen op de win/win-aspecten die aan een transactie zijn verbonden. De gedachte achter het gebruik van een set voorwaarden is om het contracteringsproces daarmee te standaardiseren en zo efficienter te maken. Maar nu we zien dat bedrijven de neiging hebben hun verkoopvoorwaarden eenzijdig te maken en de klant haar inkoop professionaliseert door met preferred suppliers en mantelovereenkomsten te gaan werken, zien we juist een vertraging van het contracteringsproces en hogere transactiekosten. En dan komt men er achter dat een evenwichtige set voorwaarden uiteindelijk toch beter werkt.
Indien de humor van Gerrie niet werkt om uit de battle of forms te geraken dan is aan te raden de Harvard onderhandelingsmethode van Fischer en Ury te volgen.
