donderdag 26 april 2007

Sneu

De Orde van Advocaten bracht deze maand een aardig boekje naar buiten over diversiteit. Er blijkt al jaren een instroom van vrouwelijke advocaten van rond de 60%, maar dat percentage daalt tijdens het medewerkerschap naar 40%. En van de partners is slechts 10-15% procent vrouw. Deze uitstroom moet worden gestopt. Diversiteit is
speerpunt geworden.

In het boekje staan interviews met de managing partners van een aantal advocatenkantoren. Zo ook met Joost Linneman van Kennedy Van der Laan advocaten. De trend dat vrouwen uitstromen, wordt volgens Linneman nu ook veroorzaakt doordat steeds meer advocaten gaan interimmen. Hij zegt daarover het volgende:
"Steeds meer juristen –en niet de minste- beginnen voor zichzelf en laten zich op tijdelijke basis voor concrete klussen inhuren. Daardoor houden ze grip op hun eigen tijd en doen ze toch veel en gevarieerde werkervaring op. Het lijkt wel of de halve wereld inmiddels aan het interimmen is. Vijf jaar geleden waren die mensen sneu, nu lopen ze voorop."

Zes jaar geleden heb ik ook de traditionele advocatuur verlaten om te gaan interimmen. Binnen de advocatuur leer je het vak, het is een
moderne gilde. En van deze leerschool heb ik nog steeds profijt. Maar zoals iedere gilde is er voor vernieuwende ideeën minder plaats. Het beloningsmodel is nog steeds werken op uurbasis. No cure no pay, mag in Nederland ook niet. Daarnaast is er een partnerstructuur bij kantoren. Ook dat heeft weer een wettelijke grondslag in de Verordening op de praktijkrechtspersoon. Het heeft tot gevolg dat advocaten alleen mogen worden geleid door de eigen beroepsgroep. Deze opgelegde structuur houdt vernieuwing tegen.

Veel advocaten die zijn gaan interimmen ervaren de overstap dan ook als verrijkend. Als interimmer werk je niet meer tussen en onder alleen maar advocaten die naast collega ook je concurrent zijn door de druk om declarabele uren te schrijven. In plaats daarvan werk je nauw samen met personen die denken vanuit verschillende disciplines. En je output is niet het aantal declarabele uren. Je output is direct een bijdrage leveren aan het succes van je opdrachtgever. Doordat je nauw bent betrokken bij bedrijfsprocessen is veel beter zichtbaar wat er met je advies wordt gedaan.

De aantrekkelijkheid van interimwerk hangt naar mijn idee ook samen met de
groeiende status van de bedrijfsjurist. De bedrijfsjurist is geëvolueerd van zero risk adviseur naar legal risk manager. De bedrijfsjurist bij met name internationale bedrijven loopt voor op de gespecialiseerde advocaat als het gaat om het onderkennen van juridische risico’s en het uitzetten van een strategie om dit te managen. Volgens de Association of Corporate Counsel is de bedrijfsjurist een business partner met groeiende verantwoordelijkheid en een groeiende beloning.

Het bestaan van een interim-jurist is dus inderdaad verre van sneu. Je werkt als bedrijfsjurist bij steeds weer andere bedrijven. Dat is afwisselend, biedt veel ruimte voor persoonlijke groei en het verdient beter dan medewerker te blijven bij een advocatenkantoor. En je hebt je leven in eigen hand. Je bent niet gebonden aan een kantoor; je gaat geen vergaand partnerschap aan. In plaats daarvan bouw je zelf een netwerk op waar je op terug kunt vallen. Zoals de
Vereniging voor Juridisch Interim Professionals waar inmiddels 24 interim-juristen bij zijn aangesloten.


Het t-shirt is online te bestellen

dinsdag 24 april 2007

Helder formuleren bij een contract – altijd goed?

Toen ik in 2000 aan de slag ging als bedrijfsjurist maakte ik kennis met een commercieel manager die het credo hanteerde dat transacties niet op papier moeten komen. Want dan leg je je vast. En dat leidt tot meer claims. Gelukkig is dat niet meer de heersende gedachte.

Maar een transactie zo aan het papier toevertrouwen dat de prestaties en verwachtingen over en weer helder staan verwoord, is nog lang geen gemeengoed. Vooral de bank- en verzekeringssector in Nederland staat niet bekend om de inzichtelijkheid van haar diensten. Integendeel. Vorig jaar bracht AFM naar buiten wat iedereen binnen de sector al wist: de consument werd onwetend gehouden over de kosten die aan deze dienstverlening was verbonden. De kosten bleken op te lopen tot 40%. Het heeft geleid tot een groot
aantal claims en reputatieschade voor de sector.

De sector lijkt nu eindelijk te onderkennen dat het anders moet.
Financiële dienstverleners hebben vorige week beloofd dat hun klanten vanaf 2008 beter over de aard van hun diensten en de kosten die er aan zijn verbonden zullen worden ingelicht. Ondertussen is consument nog lang niet tevreden, is zelfs nog meer teleurgesteld. Het advies van de financieel adviseur blijkt niet gratis te zijn en ook aan de financiële instelling moet de consument betalen in de vorm van transactiekosten, beheerskosten, bewaarkosten, administratiekosten en een dure overlijdensrisicodekking. De consument kan hier maar moeilijk aan wennen, blijkt uit het jaarrapport van AFM dat op 4 april 2007(zie ook) uitkwam: Het vertrouwen in financiële instellingen is in 2006 gedaald ten opzicht van 2005. De betrouwbaarheid van financiële adviseurs blijft laag. Zoals al verwoord in het voorgaande jaarverslag kent het onderwerp ‘kwaliteit financiële dienstverlening’ een bijzondere paradox. Deze paradox is gelegen in een toenemende transparantie die er toe leidt dat consumenten de werkelijke kwaliteit van de dienstverlening beter kunnen inschatten. De verwachte afname van het vertrouwen in de financiële dienstverlening heeft zich inderdaad voorgedaan. Deze kan zijn gelegen in de toenemende transparantie rond beleggingsverzekeringen. De AFM verwacht dat deze lijn zich in 2007 nog verder door zal zetten, maar dat op de langere termijn de transparantie leidt tot een verbeterde dienstverlening en daarmee tot een hoger vertrouwen van de financiële consument.

Helder en simpel je dienstverlening omschrijven, is een mooi streven.
Volgens de general counsel van Sun Microsystems moet het, want het is klantvriendelijk en het leidt tot lagere transactiekosten. Maar transparantie kan ook leiden tot me too, de angst van iedere marketeer. Me too betekent dat je één van de vier P’s van marketing, de P van Plaats/Positionering, niet meer kan gebruiken. En daardoor zal meer nadruk komen te liggen op de drie andere P’s. Met name Prijs. Met me too zal meer op prijs moeten worden geconcurreerd. En met het me too dilemma worstelt de financiële sector nu, zo krijg ik de indruk.


vrijdag 20 april 2007

Juridische intermediairs - groei!


Als interim-jurist maak je regelmatig gebruik van juridische intermediairs. Zij bemiddelen bij het vinden van een nieuwe opdracht. Er zijn in Nederland inmiddels bijna vijentwintig juridische intermediairs actief. In alfabetische volgorde:

Balance
BaS
Brunel
Hays
Hudson
Laurence Simons
Leagle
Legal Circles
Legal People
Legal Workforce
Michael Page
NIG Ondernemingsrecht
NL Juristen
OndernemendeJuristen
Plus Talent
PureLegal
Resources
Teuben Recruitment
UJG
Voxius
Vroom & Van den Heuvel
Yacht
Yer
ZumpolleVanderStoel

De intermediairs onderkennen inmiddels goed dat niet alleen het bedrijf dat de opdracht verstrekt klant is. Ook de jurist is klant. Bijna alle intermediairs bemiddelen ook voor interim-juristen. Er zijn naar schatting 150 interim-juristen werkzaam in Nederland. Daar wordt uit gevist door de intermediairs.


Een interim-jurist is niet in staat alle intermediairs aandacht te geven. Dus hij gaat kiezen. De interim-jurist gaat het intermediair zien als distributiekanaal om zijn unieke persoonlijkheid en diensten aan te bieden. Maar bij welk intermediair sluit hij zich dan aan? Vaak kiest de interim-jurist voor het intermediair die door zijn netwerk de mooiste opdrachten binnenhaalt. Maar een intermediair wordt door de opdrachtgever niet steed exclusiviteit gegund. Het komt voor dat je voor dezelfde opdracht door twee intermediairs wordt gebeld. Hoe kies je dan? Het beste tarief natuurlijk. Dat kan namelijk uitmaken. Het ene intermediair weet de interim-jurist bijvoorbeeld beter te verkopen bij de opdrachtgever; de opdrachtgever is bereid een goed tarief te betalen omdat hij door de voordracht van het intermediair beter in staat is de toegevoegde waarde van juist deze interim-jurist te onderkennen.

Het betere tarief kan ook worden veroorzaakt doordat de intermediair genoegen neemt met een lagere fee. Er zijn nog steeds intermediairs die 40% van het uurtarief inhouden, 60% gaat dan naar de interim-jurist. Wanneer de interim-jurist bij een opdrachtgever aan de slag gaat voor 150 euro per uur, houdt hij er 90 euro aan over. Maar dat is een uitzondering. De meeste intermediairs vragen 20%-30% van het tarief van de interim-jurist voor hun bemiddeling.

En het aantal intermediairs groeit door. Het afgelopen jaar alleen al zijn er vier bijgekomen. Ik noem NIG Ondernemingsrecht, OndernemendeJuristen, Leagle en ZumpolleVanderStoel. En de gevestigde namen UJG en Voxius zijn overgenomen door de uitzendgiganten USG en Vedior. Het zijn tekenen dat de vraag naar juridische interim-diensten verder groeit. En dat intermediairs er in geloven en de vraag naar dit soort dienstverlening verder gaan versterken. Een ontwikkeling die ik als interim-jurist alleen maar kan toejuichen. De markt van interimjuristendienstverlening is volwassen geworden.


Foto van Tom Elst, fotograaf.

maandag 16 april 2007

Een advocaaat levert geen commodity services

Advocaten zijn geen leveranciers van commodity services. Want dan zou je als klant een fixed fee kunnen verlangen. En zover krijg je een advocaat zelden. Toch zijn er juridische diensten aan te wijzen die kunnen worden beschouwd als een commodity. Denk aan incassodiensten. Het binnenhalen van een geldvordering met een verweer dat weinig om handen heeft, is juridisch niet ingewikkeld. Het vereist eerder administratieve en organisatorische inzet. Voor incassozaken geldt sinds jaren het incassotarief. En daarmee heeft de advocatuur deze dienstverlening ook grotendeels overgelaten aan deurwaarderskantoren en incassobureaus. Een medewerkster van een deurwaarderskantoor heeft mij eens verteld dat zij 700 incassozaken tegelijk beheert. Buiten de vraag of een advocaat het dan nog leuk vindt, is voor een advocaat zo'n aantal administratief niet meer te organiseren. Het past niet in diens business model.

Zijn er nog meer commodity-diensten aan te wijzen? Ik meen van wel. Denk aan de zogenaamde geregelde ontbindingen in de ontslagpraktijk. Het opstellen en indienen van een verzoek- of verweerschrift vraagt nauwelijks juridische deskundigheid. Het wordt vaak door de secretaresse gedaan. Toch wordt hier soms 1000 of zelfs 1500 euro voor gevraagd. En zo is een lucratieve ontslagindustrie ontstaan; als jurist voeg je hier geen waarde toe maar het verdient goed. Hele secties draaien er op. Zo waren er in 2004 meer dan 80.000 ontbindingprocedures ex art. 7:685 BW waarvan 80% geregeld. Zowel werknemer als werkgever worden daarbij apart bijgestaan en krijgen ieder een factuur van de advocaat. Bij een gemiddelde factuurwaarde van 500 euro hebben we over een jaaromzet van 64 miljoen euro. Terwijl het voor 300 euro kan, alles bij elkaar voor werknemer en werkgever. Bij een ontslagronde van 50 werknemers waarbij de werkgever ook de kosten rechtsbijstand van de werknemer dekt, kan je als bedrijf zo forse besparingen realiseren.

Ook in het intellectuele eigendomsrecht zijn commodity services aan te wijzen. Denk aan de aanpak van product- en merkvervalsing. Bedrijven hebben daar last van. Het kan gaan om namaak van speelgoed, meubelen, cosmetica, merkkleding en zelfs geneesmiddelen. Het komt uit India of China via een onduidelijk web van tussenhandelaren in Europa terecht. In het kader van IP-asset management (zie ook) moet daarop IP-enforcement worden toegepast.

IP-enforcement betekent in de praktijk het van de markt halen van de namaakproducten en een schadeclaim neerleggen bij de producent of handelaar. In het verleden namen bedrijven voor IP enforcement een gespecialiseerd advocatenkantoor in de arm. Het kantoor stuurde haar medewerkers zelfs op pad om namaakproducten op te sporen in winkels, markten en internet. De advocaat als een soort detective. Daarnaast werd de advocaat gevraagd contact te onderhouden met de Douane, Fiod-ECD en Openbaar Ministerie. En zelfs aangifte te doen. Op namaakpartijen werd met hulp van een advocaat beslag gelegd en de handelaar werd onder druk gezet om een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Buiten het leggen van beslag betreft het ook hier grotendeels administratieve en organisatorische taken.

De kosten van IP-enforcement zaak kunnen met advocatenbijstand oplopen tot duizenden euro’s. En dat staat vaak niet in verhouding tot het belang van een zaak. Het gaat immers om relatief kleine partijen namaakproducten maar dan in grote aantallen. En iedere partij is een losse zaak, met zaak- en factuurnummer. Partijen die je als bedrijf niet ongemoeid wil laten. Maar er moet ook op de kosten van IP-enforcement worden gelet. Dus toen in de jaren ‘80 het volume van zaken bij bedrijven groeide, liepen de kosten van de advocatenbijstand zo op dat naar alternatieven werd gezocht. En zo ontstond in 1991 met ondersteuning van de Amsterdamse Kamer van Koophandel de Stichting Namaakbestrijding. Een initiatief dat nu ruim 15 jaar later zeer goed is uitgepakt. Niet alleen de 130 aangesloten bedrijven zijn tevreden. Ook van medewerkers van de Douane en Fiod-ECD vernam ik positieve geluiden. SNB-React heeft veel kennis en huis die ze bereid is te delen met douane en Fiod-ECD. SNB React was bovendien makkelijk benaderbaar zo lieten medewerkers van Fiod-ECD en Douane mij weten. Dat kan van advocaten door de druk om uren te schrijven niet altijd worden gezegd.
SNB-React heeft van IP-enforcement een commodity service gemaakt. Zo wordt voor het doen van aangifte bij Fiod-ECD en de opvolging een vergoeding gevraagd van € 200. Voor de contacten met de Douane ingevolge de Douanerichtlijn 1383/2003 waarbij wordt aangestuurd op een afstandverklaring en vernietiging betaal je € 300. In 2006 heeft SNB-React meer dan 8000 zaken behandeld. Die zaken komen in een database en aangesloten bedrijven kunnen op de rapportages van hun zaken inloggen. SNB-React heeft daarnaast zusterorganisaties in de meeste Europese landen. Het opzetten van een pan-Europees IP-enforcement programma komt zo een stap dichterbij, de financiële drempel is lager geworden.

IP enforcement is overigens het meest effectief door niet alleen de namaakproducten te onderscheppen of de bron aan te pakken. IP enfordement is onderdeel van IP asset management. En dat omvat ook afspraken maken met het verkoopkanaal in het kader van supply chain management. En consumenten dienen te worden voorgelicht over hoe ze namaak kunnen onderscheiden. Daarnaast moeten adverteerders zoals google en ebay worden aangesproken. Het geneesmiddelbedrijf Abbott heeft de uitwerking van haar IP asset management op internet gezet.

Afbeelding: Copyright (C) 2000,2001,2002 Free Software Foundation, Inc.
51 Franklin St, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301 USA

woensdag 11 april 2007

Compliance- Keep me out of prison

Compliance. Naast het brede takenpakket van de bedrijfsjurist kreeg ik ook compliance bij mijn laatste opdracht naar binnengeschoven. Maar wat is compliance, wat moest ik er mee? Mijn opdrachtgever was geen financiële dienstverlener, dus stond niet onder toezicht van AFM, DNB en MinFin.

Volgens wikipedia wordt met
compliance bedoeld dat een organisatie werkt in overeenstemming met vigerende wet- en regelgeving. Tja. Moet niet iedere persoon werken in overeenstemming met vigerende wet- en regelgeving, was mijn eerste gedachte. Het was voor mij als bedrijfsjurist en civilist een wollige definitie. Ik bleek niet de enige die dit vond. Wat dien je in het kader van compliance immers na te leven? Interne richtlijnen zoals de Ethical Business Conduct. Accounting-richtlijnen? Contractuele verplichtingen mogelijk?

Een bedrijf dat je als bedrijfsjurist bijstaat, onderneemt in een complex van regels dat niet eenduidig is. En dan loop je risico. De rol van een bedrijfsjurist is dan niet om op de rem te staan. Zolang je een risico voor het bedrijf tijdig onderkent en ergens verdisconteert, vervul je je rol als bedrijfsjurist al heel behoorlijk. Let wel: ik zeg niet dat je het bedrijf moet stimuleren de wet te overtreden. Ik zeg alleen dat een bedrijf vaak moet handelen -niets doen is geen optie- en dat men dan te maken krijgt met een tegenstrijdige belangen en regelgeving waar men een oplossing voor vraagt bij de bedrijfsjurist. Als bedrijfsjurist ga je dan niet als dominee roepen dat het niet mag. Want dan wordt het erg rustig op je legal department.

Dus nog een probleem er bij. Niet alleen was voor mij niet duidelijk wat compliance precies inhield. Het kwam mij ook voor dat de compliance-pet niet goed samenging met de bedrijfsjurist-pet.

Gaan we terug naar de financiële sector. Waarom is compliance daar zo uitgegroeid? Omdat deze sector te maken kreeg met erg actieve toezichthouders. En ongewenste media-aandacht. Een op winstgericht bedrijf kan niet meer onbegrensd zijn gang gaan, was de boodschap. De sancties in de vorm van boetes of zelfs een gevangenisstraf en de soms vergaande bevoegdheden van een toezichthouder waren voor veel bedrijven reden hier serieus aandacht aan te geven. Er kwam een complianceprogramma en er werd een
compliance officer aangesteld. In de V.S. gaan ook bedrijven buiten de financiële sector over tot het instellen van een complianceprogramma. Zie bijvoorbeeld deze presentatie van sigarettenfabrikant Phillip Morris waarbij men zich met compliance richt op naleving van de anticorruptiewetgeving OECD en FCPA en hoe je daarbij voor te bereiden op audits van DoJ en SEC.

Dus het heeft te maken met toezichthouders. Hoe kun je een bedrijf voorbereiden op een
audit van een toezichthouder? Dat was compliance. Keep me out of prison, zo zou voor sommige bedrijven de instructie van CEO aan GC kunnen luiden. Zie onder meer de recente corruptieschandaal rond Total Fina (zie ook) waarbij de topman wordt aangeklaagd voor betaling van smeergeld om toegang te krijgen tot Iraanse gasvelden. Of Siemans waar een topman smeergeld zou hebben betaald aan een Duitse vakbond.

Er werd mij al meer duidelijk. Dan moet ik dus in kaart brengen of mijn opdrachtgever bezoek zou kunnen krijgen van een actieve toezichthouder en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Dat kan de Voedsel en Warenautoriteit zijn voor de foodsector. Het openbaar ministerie -of wanneer je je beursgenoteerd bent in de V.S. het SEC- met betrekking tot anticorruptiewetgeving. De Inspectie voor de Gezondheidszorg voor de Nederlandse farmaceutische sector. Dat zijn overigens niet in alle gevallen actieve toezichthouders. Wel actief zijn de Mededingingsautoriteit en Neelie Kroes van de Europese Commissie. Pricacywetgeving kan ook een compliance-aangelegenheid zijn. Niet zozeer door het risico dat deze toezichthouder langs komt. Hier speelt eerder het voorkomen van negatieve beeldvorming, je wilt als bedrijf niet bekend staan als privacyschender.

Niet-naleving van regels met een actieve toezichthouder kan leiden tot een boete of zelfs strafrechtelijk vervolging. Belangrijker: een onderzoek door een toezichthouder kan invloed hebben op de winstgevendheid van een bedrijf. Zo’n onderzoek is namelijk tijdrovend en kan alleen al door het name and shame-karakter zeer schadelijk zijn voor de reputatie van het bedrijf. Daarom is het belangrijk dit goed te managen, door verrassingen te voorkomen. Onder meer door bewustwording in de organisatie te creëren, intern toezicht en alle gedragingen die hiermee samenhangen zo nodig schriftelijk vast te leggen voor eventuele interne en externe audits.